Home | Help | Afmelden     Internetstatus:
Configuratie LAN
 
 
Internet WAN
 
 
 
Draadloos
 
 
 
Firewall
 
 
 
 
 
 
Hulpprogramma's
 
 
 
 
 
 

 Help
 
 
 
VERKLARENDE WOORDENLIJST
 
 
Beheerder Het is de taak van de beheerder om een netwerk te onderhouden. In het geval van deze router is de beheerder degene die de router instelt en de instellingen aanpast.
  boven
 
 
Wachtwoord beheerder De router wordt ZONDER wachtwoord geleverd. Als u in verband met de beveiliging een wachtwoord wilt gebruiken, kunt u dat hier invoeren. Bewaar uw wachtwoord op een veilige plek omdat u het nodig hebt als u zich bij de router wilt aanmelden. Wij adviseren u ook een wachtwoord te gebruiken als u in de toekomst de mogelijkheid voor afstandsbediening van de router wilt gebruiken.
Met behulp van de time-out optie voor aanmelding kunt u vastleggen hoe lang u aangemeld kunt zijn op de geavanceerde configuratie-interface van de router. De tijdklok begint te lopen als er geen activiteit is geweest. U hebt bijvoorbeeld wijzigingen aangebracht in de geavanceerde installatie-interface en daarna hebt u uw computer alleen gelaten zonder op °•Logout°¶ (Afmelden) te klikken. Als u de tijdoverschrijding bijvoorbeeld hebt ingesteld op 10 minuten, dan loopt de inlogsessie af 10 minuten nadat u de router alleen hebt gelaten. Als u meer wijzigingen wilt aanbrengen, moet u opnieuw op de router inloggen. Deze mogelijkheid is bedoeld als extra beveiliging en staat standaard ingesteld op 10 minuten. Let op, er kan altijd maar een computer tegelijk aangemeld zijn op geavanceerde configuratie-interface van de router.
  boven
 
 
Kanaal en SSID Klik op "Apply Changes" (Wijzigingen toepassen) om de instelling op te slaan. U kunt ook de SSID wijzigen. De SSID is het equivalent van de naam van het draadloze netwerk. U kunt de SSID elke naam geven die u wilt. Als er meer draadloze netwerken in uw omgeving actief zijn, geef uw draadloze netwerk dan een unieke naam. KIik in het SSID-vak en typ een nieuwe naam in. Klik op "Apply Changes" (Wijzigingen toepassen) om de wijziging aan te brengen.
  boven
 
 
Client Computer op het netwerk die de diensten van de router gebruikt, zoals de automatische DHCP-server en firewall.
  boven
 
 
IP-filters clienten De router kan worden geconfigureerd om de toegang tot het internet, e-mail en andere netwerkdiensten op de bepaalde dagen en uren te beletten. Deze beperking kan worden ingesteld voor een computer, een groep computers of verschillende computers. Als u bijvoorbeeld de toegang tot het internet voor een computer wilt beperken, gaat u als volgt te werk. Klik op "Add PC" (PC toevoegen) en voer de beschrijving en de reeks IP-adressen in van de computer waartoe u de toegang wilt verhinderen in de velden van "Client PC IP Address" (IP-adres van pc van client). Selecteer vervolgens de dienst die u wilt blokkeren door op "Blocking" (Blokkeren) te klikken. Klik op "OK". De computers van de reeks IP-adressen die u hebt opgegeven, hebben nu geen toegang meer tot het internet.
  boven
 
 
DHCP De DHCP-serverfunctie maakt het opzetten van een netwerk bijzonder gemakkelijk omdat aan elke computer in het netwerk automatisch een IP-adres wordt toegekend. De DHCP-server kan zo nodig uitgeschakeld worden. Als u de DHCP-server uitschakelt, moet u voor elke computer in het netwerk met de hand een statisch IP-adres instellen. De IP-pool is de verzameling IP-adressen gereserveerd voor dynamische toewijzing aan de computers in het netwerk. Het standaardaantal is 2 tot 100 (99 computers). Als u dit aantal wilt veranderen, voert u een nieuw begin- en eind-IP-adres in en klikt u op "Apply Changes" (Wijzigingen toepassen.
  boven
 
 
Internet delen uitschakelen (Bridge-modus, voor een pc)
  boven
 
 
Verbreek de verbinding na X... De functie 'Verbinding verbreken' zorgt ervoor dat de verbinding van de router met uw internetserviceprovider automatisch wordt verbroken wanneer er gedurende een vooraf opgegeven tijd geen activiteit is. Wanneer u bijvoorbeeld deze optie aankruist en het getal 5 in het minutenveld typt, wordt de verbinding van de router met het internet verbroken als er gedurende 5 minuten geen internetactiviteit is geweest. Deze optie kan u veel geld besparen als u voor uw telefoonverbinding met het internet bijvoorbeeld per minuut betaalt.
  boven
 
 
DMZ Als u een client-pc hebt die een bepaalde internetapplicatie niet correct van achter de firewall kan uitvoeren, kunt u de client openen voor onbeperkte toegang tot het internet. Dit kan nodig zijn wanneer de NAT-functie problemen veroorzaakt bij applicaties als games en videovergaderen. Schakel deze functie alleen tijdelijk in. De computer in de DMZ is niet tegen hackeraanvallen beveiligd. U verplaatst een computer naar de gedemilitariseerde zone door de laatste tekens van zijn LAN IP-adres in het statische IP-veld in te voeren en op "Apply Changes" (Wijzigingen toepassen) te klikken.
  boven
 
 
DNS DNS is een afkorting van Domain Name Server. Een Domain Name Server (Domeinnaamserver) is een server op het internet die URL's (Universal Resource Links) als "www.belkin.com" in IP-adressen vertaalt. Bij de meeste internetaansluitingen hoeft u deze gegevens niet in de router in te voeren. Als u een statische IP-verbinding gebruikt, moet u waarschijnlijk een specifiek DNS-adres en een secundair DNS-adres invullen om te bereiken dat uw verbinding correct functioneert. Als u een dynamische of PPPoE-verbinding hebt, hoeft u waarschijnlijk geen DNS-adres in te voeren.
  boven
 
 
DSL-modem DSL is de afkorting van Digital Subscriber Line. Een DSL-modem gebruikt uw bestaande telefoonverbinding om gegevens met hoge snelheid over te sturen.
  boven
 
 
Dynamisch IP IP-adres dat automatisch door een DHCP-server wordt toegewezen.
  boven
 
 
Encryptie Het gebruik van encryptie (versleuteling) kan helpen uw draadloze netwerk te beveiligen. Op een bepaald moment kunt u slechts een type beveiliging kiezen. Kies daarom een modus die alle netwerkapparaten in het draadloze netwerk ondersteunen. Dit product van Belkin heeft vijf mogelijke beveiligingsinstellingen:

1) Uitgeschakeld. In deze modus is geen encryptie geactiveerd. Open netwerken waar alle gebruikers welkom zijn, schakelen soms geen encryptie in.

2) WPA PSK - Home (geen server). WPA (Wireless Protected Access ofwel Draadloos beveiligde toegang). PSK is een op recent aanvaarde normen gebaseerde beveiligingstechniek waarbij elk informatiepakket met een andere code of sleutel wordt versleuteld. Omdat de sleutel voortdurend verandert, is WPA bijzonder veilig. Er zijn twee soorten WPA: WPA-PSK (Pre-Shared Key) en WPA-Radius Server. Het verschil is dat de ene techniek een server nodig heeft en de andere niet. WPA-PSK is bestemd voor prive- en kleinzakelijke gebruikers die geen server hebben. De PSK-encryptiesleutel wordt automatisch gegenereerd en bestaat uit een reeks tekens of een meervoudig wachtwoord. Het grootste veiligheidsrisico van WPA PSK is dat iemand uw meervoudige wachtwoord opspoort.

a. TKIP t.o.v. AES. Bij het installeren van WPA moet u aangeven of u voor de encryptie TKIP of AES wilt gebruiken. De WPA-standaard geeft TKIP op. Dat is dus de standaardinstallatie. Bovendien zorgt TKIP volgens de makers voor een betere compatibilteit tussen draadloze producten van verschillende leveranciers omdat veel draadloze producten waarschijnlijk nooit naar AES opgewaardeerd worden. AES is een nieuwe encryptietechniek die gebaseerd is op de niet-geratificeerde 802.11i-standaard. Er zijn nieuwe WPA-standaarden in ontwikkeling die van AES gebruik maken. Ofschoon AES nog niet zo populair is, zijn er gebruikers die aan deze techniek de voorkeur geven. In elk geval moeten alle netwerkapparaten dezelfde techniek gebruiken.

b. Pre-shared sleutel. Voer een woord of korte zin van maximaal 40 tekens in. Voor elk ander draadloos netwerkapparaat in het netwerk moet u dezelfde PSK gebruiken. Let op het verschil tussen hoofdletters en kleine letters ('n' is iets anders als 'N'). Hackers die op uw netwerk willen inbreken, proberen uw PSK te raden. Dat is de makkelijkste manier.

3) 128-bit WEP. Tot voor kort was 128-bit WEP (Wire Equivalent Privacy) de standaard voor de encryptie van draadloze netwerken. Ook als niet al uw draadloze apparaten WPA ondersteunen, is 128-bit WEP een uitstekende beveiligingsoptie. Hierbij moet u hexadecimale getallen invoeren of automatisch laten genereren.

4) 64-bit WEP. Belkin adviseert de 64-bit-modus alleen voor netwerken waarin bepaalde apparaten ofwel WPA of 128-bit WEP niet ondersteunen.

5) WPA - Radiusserver. (U kunt deze modus met de knop 'Advanced' (Geavanceerd) openen.) WPA-server is alleen geschikt voor netwerken die een radiusserver gebruiken. De parameters voor deze modus zijn verkrijgbaar bij de beheerder van uw radiusserver. Anders dan WPA PSK geeft WPA server de sleutel van de server naar de clienten door in plaats van deze automatisch te genereren.
  boven
 
 
ESSID Broadcast Een van de mogelijkheden van draadloos netwerken is dat de draadloze netwerkadapter in een computer automatisch draadloze netwerken in de omgeving kan opsporen. Hiervoor moet u de SSID-instelling van de kaart op "ANY" (Alle) instellen. De router kan dit "willekeurig" opzoeken van netwerken blokkeren. Als u de functie "ESSID Broadcast" (ESSID-uitzending) uitschakelt, kan een computer een netwerk alleen vinden als u de SSID van de computer op de specifieke naam van het netwerk (zoals WLAN) instelt. Zorg ervoor dat u de SSID (netwerknaam) kent voordat u deze functie inschakelt. U kunt uw draadloze netwerk zo goed als onzichtbaar maken. Wanneer u de optie SSID-uitzending uitschakelt, verschijnt het netwerk niet in site-overzichten. Site Survey (Site-overzicht) is een van de mogelijkheden van veel draadloze netwerkadapters die tegenwoordig in de handel zijn. De adapter zoekt hierbij de ether af naar beschikbare netwerken en geeft de computer de mogelijkheid een netwerk in het site-overzicht te kiezen. Door het uitzenden van de SSID uit te schakelen, helpt u de veiligheid te verhogen.
  boven
 
 
Ethernet Standaard voor computernetwerken. Ethernet-netwerken worden verbonden met speciale kabels en hubs en sturen gegevens over met snelheden tot 10 miljoen bits per seconde (Mbps).
  boven
 
 
Firewall Elektronische begrenzing die niet-geautoriseerde gebruikers belet bepaalde bestanden en computers in een netwerk te openen.
  boven
 
 
Firmware Software die in een geheugen is opgeslagen. Essentiele programma's die ook na uitschakeling van het computersysteem blijven functioneren. Firmware is gemakkelijker te vervangen dan hardware maar heeft een meer permanent karakter dan op een schijf opgeslagen software.
  boven
 
 
IP-adres Het "IP-adres" is het interne IP-adres van de router. Om de geavanceerde installatie-interface te openen, moet u dit adres in de adresbalk van uw browser typen. U kunt dit adres indien nodig wijzigen. Om het IP-adres te wijzigen, typt u het nieuwe IP-adres in en klikt u op "Apply Changes" (Wijzigingen toepassen). Het IP-adres dat u kiest, moet een niet-routeerbaar IP zijn. Voorbeelden van niet-routeerbare IP-adressen zijn:

192.168.x.x (waarin x alles tussen 0 en 255 kan zijn.)
10.x.x.x (waarin x alles tussen 0 en 255 kan zijn.)

  boven
 
 
ISDN Afkorting van Integrated Services Digital Network. Digitale telecommunicatielijnen die zowel spraak als digitale netwerkdiensten met snelheden tot 128 K kunnen oversturen. ISDN-modems werken veel sneller en betrouwbaarder dan snelle analoge modems. ISDN-lijnen worden door veel telecommunicatiebedrijven aangeboden.
  boven
 
 
ISP Afkorting van Internet Service Provider. Een ISP (internetserviceprovider) is een bedrijf dat de verbinding met het internet verzorgt voor prive-personen, andere bedrijven en organisaties.
 
 
 
ISP-gatewayadres (zie ISP voor definitie). Het ISP-gatewayadres is een IP-adres voor de internetrouter die zich in het bedrijfsgebouw van de internetserviceprovider bevindt. Dit adres is alleen nodig bij gebruik van een kabel- of DSL modem.
  boven
 
 
LAN Local Area Network (LAN). Een LAN ofwel lokaal netwerk is een groep computers en apparaten die binnen een betrekkelijk klein gebied (zoals een woonhuis of een kantoor) met elkaar verbonden zijn. Een netwerk in uw woonhuis bijvoorbeeld wordt als LAN beschouwd.
  boven
 
 
Lokale domeinnaam U kunt een lokale domeinnaam (netwerknaam) voor uw netwerk opgeven. U hoeft deze instelling niet te wijzigen tenzij u daar een belangrijke reden voor hebt. U kunt het netwerk elke naam geven die u wilt zoals "MIJN NETWERK".
  boven
 
 
MAC-adres MAC is de afkorting van Media Access Control. Een MAC-adres is het hardwareadres van een apparaat dat op een netwerk aangesloten is.
  boven
 
 
Filteren MAC-adressen Het MAC-adressenfilter is een krachtig beveiligingsinstrument waarmee u kunt aangeven welke computers u op uw netwerk toelaat en welke niet. Elke computer die probeert het netwerk binnen te komen maar die niet in de filterlijst voorkomt, wordt de toegang geweigerd. Wanneer u deze functie inschakelt, moet u het MAC-adres invoeren van iedere client (computer) op uw netwerk om elke computer afzonderlijk tot het netwerk toe te laten of het MAC-adres kopieren door de naam van de computer in de "DHCP Client List" (DHCP-clientenlijst) te selecteren. Selecteer "Enable" (Inschakelen) om deze functie in te schakelen. Klik vervolgens op "Apply Changes" (Wijzigingen toepassen) om de instellingen op te slaan.
  boven
 
 
MTU Afkorting van Maximum Transmission Unit. De grootste gegevenseenheid die over een bepaald fysiek medium kan worden verzonden.
  boven
 
 
MTU-instelling U mag de MTU-instelling alleen wijzigen als uw internetserviceprovider u een bepaalde MTU-instelling heeft verstrekt. Door wijziging van de MTU-waarde kunnen problemen met uw internetverbinding ontstaan zoals verbreking van de verbinding, trage toegang tot het internet en een gebrekkige werking van internetapplicaties.
  boven
 
 
Multiple protocol over ATM (Routingmodus voor meerdere pc's).
  boven
 
 
NAT Afkorting van Network Address Translation. Met deze procedure kunnen alle computers in uw prive-netwerk een IP-adres gebruiken. Met behulp van de NAT-faciliteiten van de HomeConnect gateway voor prive-netwerken, heeft elke computer in uw prive-netwerk toegang tot het internet zonder dat u meer IP-adressen (abonnementen) van uw internetserviceprovider hoeft af te nemen.
  boven
 
 
PPPoA (Routing Mode, for multiple PCs)
  boven
 
 
PPPoE (Routingmodus voor meerdere pc's). De meeste DSL-leveranciers gebruiken PPPoE als type verbinding. Als u een DSL-modem gebruikt om verbinding te maken met het internet, gebruikt uw internetserviceprovider waarschijnlijk PPPoE om u bij zijn dienstenpakket aan te melden. Als u thuis of op kantoor een internetaansluiting hebt die geen modem nodig heeft, gebruikt u waarschijnlijk ook PPPoE.

Your connection type is PPPoE if:
1) Uw internetserviceprovider u een gebruikersnaam en een wachtwoord heeft gegeven waarmee u zich op het internet moet aanmelden;
2) Uw internetserviceprovider u software als WinPOET of Ethernet300 heeft gegeven waarmee u zich bij het internet aanmeldt;
3) U op een desktoppictogram - niet uw browser - moet dubbelklikken om aansluiting met het internet te krijgen.

Om de router geschikt te maken voor het gebruik van PPPoE, moet u uw gebruikersnaam en wachtwoord in de daarvoor bestemde vakken typen. Als u geen servicenaam hebt ontvangen of kent, laat u het vak "Servicenaam" leeg. Nadat u de verplichte gegevens hebt ingetypt, klikt u op "Apply Changes" (Wijzigingen toepassen). Nadat u de wijzigingen hebt bevestigd, toont de internetstatusindicator de tekst "Connection OK" (Verbinding in orde) als uw router correct is geconfigureerd. Zie de gebruikershandleiding voor meer informatie over het configureren van uw router voor het gebruik van PPPoE.
  boven
 
 
PoortLogisch kanaal dat herkenbaar is aan een eigen uniek poortnummer. Applicaties 'luisteren' op specifieke poorten naar informatie die wellicht voor hen bestemd is.
  boven
 
 
Extern beheer Voordat u deze functie inschakelt, MOET U ALTIJD HET BEHEERDERSWACHTWOORD OPGEVEN. Met extern beheer kunt u waar ook ter wereld de configuratie van uw router via het internet wijzigen.
  boven
 
 
Planningregel Om de planningregel te configureren moet u de naam, het commentaar, de begintijd en de eindtijd opgeven die u in uw netwerk wilt filteren. Deze pagina bepaalt de namen van planningregels en activeert de planning voor gebruik op de pagina voor toegangsregeling.
  boven
 
 
SNTP Simple Network Time Protocol. Communicatieprotocol dat de transmissie van real-time informatie via een netwerk of het internet mogelijk maakt.
  boven
 
 
SPI Stateful Packet Inspection. SPI is een vorm van bedrijfsinternetbeveiliging waarover u als gebruiker van een HomeConnect gateway voor prive-netwerken beschikt. Door het gebruik van SPI fungeert de gateway als firewall (brandmuur) die uw netwerk tegen computerhackers beveiligt.
  boven
 
 
Statisch IP (IPoA) Met de hand ingesteld IP-adres dat nooit verandert. Afkorting van 'Internet Protocol via ATM'. Ontwikkeld als poging om te bereiken dat IP-subnetten rechtstreeks aan ATM-netwerken kunnen worden toegewezen op dezelfde wijze waarop IP-subnetten aan virtuele lokale netwerken (VLAN's) kunnen worden toegewezen. DHCP-clienten worden niet via IPoA ondersteund. U moet het IP-adres van de WAN-interface invoeren, het externe IP-adres voor de standaard-gatewayconfiguratie en de DNS-serveradressen die door de internetserviceprovider zijn verstrekt. U moet bovendien de waarden voor VCI (Virtual Channel Identification), VPI (Velocity Profile Inversion) en Encapsulation (Encapsulatie) invoeren.

Om de router voor het gebruik van IPoA te configureren, moet u alle parameters in de betreffende vakken invoeren. Nadat u de verplichte gegevens hebt ingetypt, klikt u op "Apply Changes" (Wijzigingen toepassen). Nadat u de wijzigingen hebt bevestigd, toont de internetstatusindicator de tekst "Connection OK" (Verbinding in orde) als uw router correct is geconfigureerd. Zie de betreffende handleiding voor meer informatie over het configureren van uw router voor het gebruik van IPoA (Statisch IP).
  boven
 
 
Subnetmask GEAVANCEERDE FUNCTIE! Het subnetmask hoeft niet te worden veranderd. Verandering van het subnetmask is echter wel mogelijk. Wijzig het subnetmask alleen als u daar een duidelijke reden voor hebt.
  boven
 
 
TCP Transmission Control Protocol. Meest gebruikt protocol voor internettransportlagen. TCP is verbindingsgeorienteerd en stroomgeorienteerd en zorgt voor betrouwbare communicatie over pakketgeschakelde netwerken.
  boven
 
 
TCP/IP Transmission Control Protocol via Internet Protocol. Dit is het standaardprotocol voor gegevensoverdracht via het internet.
  boven
 
 
Tijd en tijdzones De router relateert de ingebouwde tijdklok aan de tijdklok van een Simple Network Time Protocol (SNTP)-server. Hierdoor loopt de systeemklok van de router synchroon met de tijd van het wereldwijde internet. De gesynchroniseerde klok in de router wordt gebruikt voor de registratie van de beveiligingslog en de aansturing van het clientenfilter. Selecteer de tijdzone waarin u woont. Als u in een zone woont waarvoor de zomertijd en wintertijd geldt, zet dan een kruisje in het vakje naast "Enable Daylight Saving" (Automatische overschakeling naar zomertijd/wintertijd). De systeemklok geeft niet onmiddellijk na inschakeling de juiste tijd aan. De router heeft ten minste 15 minuten nodig om verbinding te maken met de tijdservers op het internet en voor het ontvangen van een antwoordsignaal. U kunt de klok niet zelf instellen.
  boven
 
 
UDP User Datagram Protocol. Communicatieprotocol voor de internetnetwerklaag, -transportlaag en -sessielaag die het mogelijk maakt een datagrambericht van een bepaalde computer te verzenden naar een applicatie die op een andere computer wordt uitgevoerd. In tegenstelling tot TCP heeft UDP geen aansluitingen en het garandeert geen betrouwbare communicatie; de applicatie zelf moet eventuele fouten verwerken en op een betrouwbare aflevering toezien.
  boven
 
 
UPnP UPnP (Universal Plug-and-Play) is een technologie waardoor gesproken boodschappen, videoboodschappen, games en andere met UPnP compatibele toepassingen probleemloos werken. Voor sommige toepassingen moet de firewall van de router op een bepaalde manier geconfigureerd zijn om goed te werken. Hiervoor moeten doorgaans de TCP- en UDP-poorten worden geopend en in sommige gevallen triggerpoorten worden ingesteld. Een toepassing die aan UPnP voldoet, kan met de router communiceren door de router te "vertellen" hoe hij de firewall moet configureren. Bij aflevering is de UPnP-functie van de router uitgeschakeld. Als u applicaties gebruikt die aan UpnP voldoen en u van de functies van UPnP wilt profiteren, kunt u de UPnP-functie activeren. Selecteer eenvoudig "Enable" (Inschakelen) in het onderdeel "UPnP Enabling" (UpnP inschakelen) van de utilities-pagina. Klik op "Apply Changes" (Wijzigingen toepassen) om de wijziging op te slaan.
  boven
 
 
URL-blokkering Om de URL-blokkeringsfunctie te configureren, geeft u de website (www.somesite.com) en/of de trefwoorden op die u op uw netwerk wilt filteren. Klik op "Apply" (Toepassen) om de wijziging te activeren. Om deze configuratie te voltooien moet u een toegangsregel in het hoofdstuk 'Toegangsbeheer' aanmaken of wijzigen. Om een bestaande regel te wijzigen klikt u op de optie "Edit" (Bewerken) naast de regel die u wilt wijzigen. Om een nieuwe regel aan te maken klikt u op de optie "Add PC" (Pc toevoegen). Om de opgegeven websites en trefwoorden te filteren kunt u in het hoofdstuk "Access Control > Add PC" (Toegangsbeheer > Pc toevoegen) de optie voor "WWW with URL Blocking°® (WWW met URL-blokkering) in de tabel "Client PC Service" inschakelen.
  top
 
 
Virtuele serversMet deze functie kunt u externe (internet) verbindingen voor diensten als een webserver (poort 80), FTP-server (poort 21) en andere toepassingen via uw router naar uw interne netwerk doorsturen. Omdat uw interne computers door een firewall worden beschermd, zijn ze 'onzichtbaar' en dus onbereikbaar voor computers op het internet. Als u de functie 'virtual server' voor een specifieke toepassing moet configureren, neem dan voor de vereiste poortinstellingen contact op met de leverancier van de toepassing. Om instellingen met de hand in te voeren, typt u het IP-adres in het vak voor de interne computer, geeft u het poorttype (TCP of UDP) op, selecteert u de LAN- en publieke poorten die u moet passeren, selecteert u "Enable" (Inschakelen) en klikt u op "Set" (Instellen). U kunt per intern IP-adres slechts een poort vrijmaken. Het is riskant om poorten in uw firewall te openen. U kunt instellingen zeer snel in- en uitschakelen. Het is beter de instellingen uit te schakelen wanneer u een bepaalde toepassing niet gebruikt.
  boven
 
 
WAN Wide Area Network (WAN). Netwerk dat computers verbindt die zich op verschillende plaatsen bevinden (d.w.z. in verschillende gebouwen, steden of landen). Het internet is een wide area netwerk.
  boven
 
 
WAN IP-adres Het IP-adres dat de internetprovider aan de router heeft toegewezen.
  boven
 
  boven
 
 
ADSL Asymmetric Digital Subscriber Line are used to deliver high-rate digital data over existing ordinary phone-lines. Using a new modulation technology cakked Discrete Multitone (DMT), ADSL facilitates the simultaneous use of normal telephone services, ISDN, and high speed data transmission, eg., video.
  boven
 
 
QoS Het verschil in bandbreedte tussen LAN en WAN kan de prestaties van essentiele netwerktoepassingen als VoIP, gaming en VPN aanmerkelijk verlagen. Met deze QoS-functie kunt u het verkeer van toepassingen geheimverklaren en gebruik maken van een aantal gedifferentieerde diensten (Diffserv).
  boven
 
 
Verkeerstoewijzing Define a class by its traffic type, and local and remote addresses using the ADVANCED CONFIG button if necessary. Then set the Diffserv forwarding group this class is mapped to. Finally, select the outgoing VC that traffic of this class would be routed to. The classify rule then takes effect for all the new established connections.
  boven