IP-adres
Het "IP-adres" is het interne IP-adres van de router. Om de geavanceerde installatie-interface te openen, moet u dit adres in de adresbalk van uw browser typen. U kunt dit adres indien nodig wijzigen. Om het IP-adres te wijzigen, typt u het nieuwe IP-adres in en klikt u op "Apply Changes" (Wijzigingen toepassen). Het IP-adres dat u kiest, moet een niet-routeerbaar IP zijn. Voorbeelden van niet-routeerbare IP-adressen zijn:

192.168.x.x (waarin x alles tussen 0 en 255 kan zijn.)
10.x.x.x (waarin x alles tussen 0 en 255 kan zijn.)

Subnetmask
GEAVANCEERDE FUNCTIE! Het subnetmask hoeft niet te worden veranderd. Verandering van het subnetmask is echter wel mogelijk. Wijzig het subnetmask alleen als u daar een duidelijke reden voor hebt.

DNS
DNS is een afkorting van Domain Name Server. Een Domain Name Server (Domeinnaamserver) is een server op het internet die URL's (Universal Resource Links) als "www.belkin.com" in IP-adressen vertaalt. Bij de meeste internetaansluitingen hoeft u deze gegevens niet in de router in te voeren. Als u een statische IP-verbinding gebruikt, moet u waarschijnlijk een specifiek DNS-adres en een secundair DNS-adres invullen om te bereiken dat uw verbinding correct functioneert. Als u een dynamische of PPPoE-verbinding hebt, hoeft u waarschijnlijk geen DNS-adres in te voeren.

DHCP
De DHCP-serverfunctie maakt het opzetten van een netwerk bijzonder gemakkelijk omdat aan elke computer in het netwerk automatisch een IP-adres wordt toegekend. De DHCP-server kan zo nodig uitgeschakeld worden. Als u de DHCP-server uitschakelt, moet u voor elke computer in het netwerk met de hand een statisch IP-adres instellen. De IP-pool is de verzameling IP-adressen gereserveerd voor dynamische toewijzing aan de computers in het netwerk. Het standaardaantal is 2 tot 100 (99 computers). Als u dit aantal wilt veranderen, voert u een nieuw begin- en eind-IP-adres in en klikt u op "Apply Changes" (Wijzigingen toepassen.

Lokale domeinnaam
U kunt een lokale domeinnaam (netwerknaam) voor uw netwerk opgeven. U hoeft deze instelling niet te wijzigen tenzij u daar een belangrijke reden voor hebt. U kunt het netwerk elke naam geven die u wilt zoals "MIJN NETWERK".

Dynamisch IP
Bij kabelmodems wordt meestal een dynamisch verbindingstype gebruikt. Het instellen van het verbindingstype op "dynamisch" is meestal voldoende om verbinding te maken met uw internetprovider. Sommige typen dynamische verbindingen vereisen een hostnaam. Als u een hostnaam hebt gekregen kunt u deze in de daarvoor bestemde ruimte invoeren. U krijgt een hostnaam van uw internetprovider. Sommige dynamische verbindingen eisen dat u het MAC adres kloont van de pc die oorspronkelijk op uw modem was aangesloten. Dit gaat als volgt: klik in het scherm op de koppeling "Change WAN MAC address" (WAN MAC-adres wijzigen). Als uw router goed is geinstalleerd, geeft de internetstatusindicator aan: "Connection OK" (Verbinding in orde).

Statisch IP (IPoA)
Met de hand ingesteld IP-adres dat nooit verandert. Afkorting van 'Internet Protocol via ATM'. Ontwikkeld als poging om te bereiken dat IP-subnetten rechtstreeks aan ATM-netwerken kunnen worden toegewezen op dezelfde wijze waarop IP-subnetten aan virtuele lokale netwerken (VLAN's) kunnen worden toegewezen. DHCP-clienten worden niet via IPoA ondersteund. U moet het IP-adres van de WAN-interface invoeren, het externe IP-adres voor de standaard-gatewayconfiguratie en de DNS-serveradressen die door de internetserviceprovider zijn verstrekt. U moet bovendien de waarden voor VCI (Virtual Channel Identification), VPI (Velocity Profile Inversion) en Encapsulation (Encapsulatie) invoeren.

Om de router voor het gebruik van IPoA te configureren, moet u alle parameters in de betreffende vakken invoeren. Nadat u de verplichte gegevens hebt ingetypt, klikt u op "Apply Changes" (Wijzigingen toepassen). Nadat u de wijzigingen hebt bevestigd, toont de internetstatusindicator de tekst "Connection OK" (Verbinding in orde) als uw router correct is geconfigureerd. Zie de betreffende handleiding voor meer informatie over het configureren van uw router voor het gebruik van IPoA (Statisch IP).

PPPoE (Routingmodus voor meerdere pc's).
De meeste DSL-leveranciers gebruiken PPPoE als type verbinding. Als u een DSL-modem gebruikt om verbinding te maken met het internet, gebruikt uw internetserviceprovider waarschijnlijk PPPoE om u bij zijn dienstenpakket aan te melden. Als u thuis of op kantoor een internetaansluiting hebt die geen modem nodig heeft, gebruikt u waarschijnlijk ook PPPoE.

Your connection type is PPPoE if:
1) Uw internetserviceprovider u een gebruikersnaam en een wachtwoord heeft gegeven waarmee u zich op het internet moet aanmelden;
2) Uw internetserviceprovider u software als WinPOET of Ethernet300 heeft gegeven waarmee u zich bij het internet aanmeldt;
3) U op een desktoppictogram - niet uw browser - moet dubbelklikken om aansluiting met het internet te krijgen.

Om de router geschikt te maken voor het gebruik van PPPoE, moet u uw gebruikersnaam en wachtwoord in de daarvoor bestemde vakken typen. Als u geen servicenaam hebt ontvangen of kent, laat u het vak "Servicenaam" leeg. Nadat u de verplichte gegevens hebt ingetypt, klikt u op "Apply Changes" (Wijzigingen toepassen). Nadat u de wijzigingen hebt bevestigd, toont de internetstatusindicator de tekst "Connection OK" (Verbinding in orde) als uw router correct is geconfigureerd. Zie de gebruikershandleiding voor meer informatie over het configureren van uw router voor het gebruik van PPPoE.

PPPoA (Routing Mode, for multiple PCs)
Voer de PPPoA-informatie in de daarvoor bestemde vakken in en klik op "Next" (Volgende). Klik op °•"Apply" (Toepassen) om de instellingen te activeren.

a. User name (Gebruikersnaam) °V Voer de door uw internetprovider verstrekte gebruikersnaam in. (Meestal door uw internetprovider verstrekt).
b. Password (Wachtwoord) °V Voer uw wachtwoord in. (Meestal door uw internetprovider verstrekt).
c. Typ het wachtwoord opnieuw in °V Bevestig het wachtwoord. (Meestal door uw internetprovider verstrekt).
d. VPI/VCI °V Voer de parameters voor de Virtual Path Identifier (VPI) en de Virtual Circuit Identifier (VCI) hier in. (Meestal door uw internetprovider verstrekt).

MTU-instelling
U mag de MTU-instelling alleen wijzigen als uw internetserviceprovider u een bepaalde MTU-instelling heeft verstrekt. Door wijziging van de MTU-waarde kunnen problemen met uw internetverbinding ontstaan zoals verbreking van de verbinding, trage toegang tot het internet en een gebrekkige werking van internetapplicaties.

Verbreek de verbinding na X...
De functie 'Verbinding verbreken' zorgt ervoor dat de verbinding van de router met uw internetserviceprovider automatisch wordt verbroken wanneer er gedurende een vooraf opgegeven tijd geen activiteit is. Wanneer u bijvoorbeeld deze optie aankruist en het getal 5 in het minutenveld typt, wordt de verbinding van de router met het internet verbroken als er gedurende 5 minuten geen internetactiviteit is geweest. Deze optie kan u veel geld besparen als u voor uw telefoonverbinding met het internet bijvoorbeeld per minuut betaalt.

MAC-adres
MAC is een acroniem voor Media Access Controller. Alle netwerkcomponenten waaronder kaarten, adapters en routers hebben een uniek "serial number" (serienummer) dat MAC-adres wordt genoemd. Uw internetprovider slaat het MAC-adres van uw computer(adapter) op en laat alleen die computer verbinding maken met de internetservice. Wanneer u de router installeert, ziet uw internetprovider het eigen MAC-adres van de router en wordt de verbinding mogelijk verbroken. Belkin omzeilt dat probleem met de mogelijkheid het MAC-adres van de computer in de router te klonen (kopieren). Dit MAC-adres wordt nu door het systeem van de internetprovider gezien als het oorspronkelijke MAC-adres waardoor de verbinding werkt. Als u niet zeker weet of uw internetprovider het oorspronkelijke MAC-adres moet zien, kopieer dan gewoon het MAC-adres van de computer die oorspronkelijk op het modem was aangesloten. Het klonen van dit adres levert voor uw netwerk geen probleem op.
Bij het klonen van uw MAC-adres moet u ervoor zorgen

Virtuele servers
Met deze functie kunt u externe (internet) verbindingen voor diensten als een webserver (poort 80), FTP-server (poort 21) en andere toepassingen via uw router naar uw interne netwerk doorsturen. Omdat uw interne computers door een firewall worden beschermd, zijn ze 'onzichtbaar' en dus onbereikbaar voor computers op het internet. Als u de functie 'virtual server' voor een specifieke toepassing moet configureren, neem dan voor de vereiste poortinstellingen contact op met de leverancier van de toepassing. Om instellingen met de hand in te voeren, typt u het IP-adres in het vak voor de interne computer, geeft u het poorttype (TCP of UDP) op, selecteert u de LAN- en publieke poorten die u moet passeren, selecteert u "Enable" (Inschakelen) en klikt u op "Set" (Instellen). U kunt per intern IP-adres slechts een poort vrijmaken. Het is riskant om poorten in uw firewall te openen. U kunt instellingen zeer snel in- en uitschakelen. Het is beter de instellingen uit te schakelen wanneer u een bepaalde toepassing niet gebruikt.

IP-filters clienten
U kunt de router zo configureren dat het internet, e-mail en andere netwerkdiensten op bepaalde dagen en uren niet bereikbaar zijn. U kunt deze beperking instellen voor een computer, een groep computers of verscheidene computers.

URL-blokkering
Om de URL-blokkeringsfunctie te configureren, geeft u de website (www.somesite.com) en/of de trefwoorden op die u op uw netwerk wilt filteren. Klik op "Apply" (Toepassen) om de wijziging te activeren. Om deze configuratie te voltooien moet u een toegangsregel in het hoofdstuk 'Toegangsbeheer' aanmaken of wijzigen. Om een bestaande regel te wijzigen klikt u op de optie "Edit" (Bewerken) naast de regel die u wilt wijzigen. Om een nieuwe regel aan te maken klikt u op de optie "Add PC" (Pc toevoegen). Om de opgegeven websites en trefwoorden te filteren kunt u in het hoofdstuk "Access Control > Add PC" (Toegangsbeheer > Pc toevoegen) de optie voor "WWW with URL Blocking°® (WWW met URL-blokkering) in de tabel "Client PC Service" inschakelen.

Filteren MAC-adressen
Het MAC-adressenfilter is een krachtig beveiligingsinstrument waarmee u kunt aangeven welke computers u op uw netwerk toelaat en welke niet. Elke computer die probeert het netwerk binnen te komen maar die niet in de filterlijst voorkomt, wordt de toegang geweigerd. Wanneer u deze functie inschakelt, moet u het MAC-adres invoeren van iedere client (computer) op uw netwerk om elke computer afzonderlijk tot het netwerk toe te laten of het MAC-adres kopieren door de naam van de computer in de "DHCP Client List" (DHCP-clientenlijst) te selecteren. Selecteer "Enable" (Inschakelen) om deze functie in te schakelen. Klik vervolgens op "Apply Changes" (Wijzigingen toepassen) om de instellingen op te slaan.

DMZ
Als u een client-pc hebt die een bepaalde internetapplicatie niet correct van achter de firewall kan uitvoeren, kunt u de client openen voor onbeperkte toegang tot het internet. Dit kan nodig zijn wanneer de NAT-functie problemen veroorzaakt bij applicaties als games en videovergaderen. Schakel deze functie alleen tijdelijk in. De computer in de DMZ is niet tegen hackeraanvallen beveiligd. U verplaatst een computer naar de gedemilitariseerde zone door de laatste tekens van zijn LAN IP-adres in het statische IP-veld in te voeren en op "Apply Changes" (Wijzigingen toepassen) te klikken.

ICMP-ping blokkeren
Computerhackers gebruiken een techniek die bekend is als "Pinging" (Pingen) om op het internet potentiele slachtoffers te vinden. Door een bepaald IP-adres te pingen en vervolgens een antwoordbericht van dat IP-adres af te wachten, kan een hacker bepalen of er op dat adres iets van zijn gading is. De router kan zo worden ingesteld dat hij niet op ICMP-pings van buiten reageert. Hierdoor wordt het beveiligingsniveau van uw router verhoogd. Om het ping-antwoordbericht uit te schakelen, selecteert u "Block ICMP Ping" (ICMP-ping blokkeren) en klikt u op "Apply Changes" (Wijzigingen toepassen). De router reageert nu niet op ICMP-pings.

Wachtwoord beheerder
De router wordt ZONDER wachtwoord geleverd. Als u in verband met de beveiliging een wachtwoord wilt gebruiken, kunt u dat hier invoeren. Bewaar uw wachtwoord op een veilige plek omdat u het nodig hebt als u zich bij de router wilt aanmelden. Wij adviseren u ook een wachtwoord te gebruiken als u in de toekomst de mogelijkheid voor afstandsbediening van de router wilt gebruiken.

Met behulp van de time-out optie voor aanmelding kunt u vastleggen hoe lang u aangemeld kunt zijn op de geavanceerde configuratie-interface van de router. De tijdklok begint te lopen als er geen activiteit is geweest. U hebt bijvoorbeeld wijzigingen aangebracht in de geavanceerde installatie-interface en daarna hebt u uw computer alleen gelaten zonder op °•Logout°¶ (Afmelden) te klikken. Als u de tijdoverschrijding bijvoorbeeld hebt ingesteld op 10 minuten, dan loopt de inlogsessie af 10 minuten nadat u de router alleen hebt gelaten. Als u meer wijzigingen wilt aanbrengen, moet u opnieuw op de router inloggen. Deze mogelijkheid is bedoeld als extra beveiliging en staat standaard ingesteld op 10 minuten. Let op, er kan altijd maar een computer tegelijk aangemeld zijn op geavanceerde configuratie-interface van de router.

Tijd en tijdzones
De router relateert de ingebouwde tijdklok aan de tijdklok van een Simple Network Time Protocol (SNTP)-server. Hierdoor loopt de systeemklok van de router synchroon met de tijd van het wereldwijde internet. De gesynchroniseerde klok in de router wordt gebruikt voor de registratie van de beveiligingslog en de aansturing van het clientenfilter. Selecteer de tijdzone waarin u woont. Als u in een zone woont waarvoor de zomertijd en wintertijd geldt, zet dan een kruisje in het vakje naast "Enable Daylight Saving" (Automatische overschakeling naar zomertijd/wintertijd). De systeemklok geeft niet onmiddellijk na inschakeling de juiste tijd aan. De router heeft ten minste 15 minuten nodig om verbinding te maken met de tijdservers op het internet en voor het ontvangen van een antwoordsignaal. U kunt de klok niet zelf instellen.

Extern beheer
Voordat u deze functie inschakelt, MOET U ALTIJD HET BEHEERDERSWACHTWOORD OPGEVEN. Met extern beheer kunt u waar ook ter wereld de configuratie van uw router via het internet wijzigen.

NAT inschakelen:
Voordat u deze functie inschakelt, MOET U ALTIJD HET BEHEERDERSWACHTWOORD OPGEVEN.. Network Address Translation (NAT) is de techniek waarmee de router het door uw internetprovider toegewezen IP-adres met de computers in uw netwerk kan delen. Deze functie mag alleen door ervaren gebruikers worden geactiveerd. Deze functie mag alleen worden gebruikt als uw internetprovider u meerdere IP-adressen toewijst of als u NAT moet uitschakelen in verband met een geavanceerde systeemconfiguratie. Als u slechts een IP-adres hebt en u schakelt NAT uit, hebben de computers in uw netwerk geen toegang tot het internet. Andere problemen kunnen ook voorkomen. Door het uitschakelen van NAT worden uw firewallfuncties niet aangetast.

UPnP
UPnP (Universal Plug-and-Play) is een technologie waardoor gesproken boodschappen, videoboodschappen, games en andere met UPnP compatibele toepassingen probleemloos werken. Voor sommige toepassingen moet de firewall van de router op een bepaalde manier geconfigureerd zijn om goed te werken. Hiervoor moeten doorgaans de TCP- en UDP-poorten worden geopend en in sommige gevallen triggerpoorten worden ingesteld. Een toepassing die aan UPnP voldoet, kan met de router communiceren door de router te "vertellen" hoe hij de firewall moet configureren. Bij aflevering is de UPnP-functie van de router uitgeschakeld. Als u applicaties gebruikt die aan UpnP voldoen en u van de functies van UPnP wilt profiteren, kunt u de UPnP-functie activeren. Selecteer eenvoudig "Enable" (Inschakelen) in het onderdeel "UPnP Enabling" (UpnP inschakelen) van de utilities-pagina. Klik op "Apply Changes" (Wijzigingen toepassen) om de wijziging op te slaan.

Automatische kennisgeving van firmware-updates
Automatische kennisgeving van firmware-updates De router kan automatisch controleren of er nieuwe firmwareversies beschikbaar zijn en u dat melden. Wanneer u inlogt op de geavanceerde interface van de router, controleert de router of er nieuwe firmware beschikbaar is. Als er nieuwe firmware beschikbaar is, wordt u dat aan u gemeld. U kunt de nieuwe firmwareversie downloaden of de melding negeren. Deze functie is bij aflevering van de router uitgeschakeld. Als u deze functie wilt inschakelen, selecteert u "Enable" (Inschakelen) en klikt u op"Apply Changes" (Wijzigingen toepassen).

ADSL-status
1) Lijnstatus
This field displays the four types of ADSL connection process and status :
- HANDSHAKE : ADSL modem is trying to establish a connection to telephone company's network.
- BEZIG MET TRAINING. : ADSL modem has located a far-end DSLAM in telephone company's network and is training.
- TIJDWEERGAVE : Successful connection is established between ADSL modem and telephone company's network.
- INACTIEF : ADSL modem is in inactive.

2) Type koppeling
This field displays the latency modes for fast or interleave path.

3) Gegevenssnelheid
This field displays the ADSL data rate.

4) Stroomopwaarts / Indicator near-end
The number of transmit data frames from Client ADSL Modem to Central Office DSLAM.

5) Stroomafwaarts / Indicator far-end
The number of transmit data frames from Central Office DSLAM to Client ADSL Modem.

6) Ruismarge
Amount of increased noise that can be tolerated while maintaining the designed BER(bit error rate). The Noise Margin is set by Central Office DSLAM. If the Noise Margin is increased, bit error rate performance will improve, but the data rate will decrease. Conversely, if the Noise Margin is decreased, bit error rate performance will decrease, but the data rate will increase.

7) Afzwakking
Attenuation is the decrease in magnitude of the ADSL line signal between the transmitter (Central Office DSLAM) and the receiver (Client ADSL Modem), measured in dB. It is measured by calculating the difference in dB between the signal power level received at the Client ADSL modem and the reference signal power level transmitted from the Central Office DSLAM.

8) Signaalverliesfout
This field displays the count of event of ADSL signal loss.

9) CRC-fout versneld pad / CRC-fout interleaved pad
This field displays the number of transmit data frames containing CRC errors per second since training.

10) FEC-correctie versneld pad / FEC-correctie interleaved pad
This field displays the FEC(Forward Error Correction) and indicates that errors were detected and corrected in the codeword.

11) HEC-fout in versneld pad. / HEC-fout in interleaved pad.
This field displays the HEC(Header Error Control) and indicates that the mismatches in the header of ATM packets since start of link.

12) Ontvangen cellen
This field displays the number of cells received.

13) Verzonden cellen
Dit veld toont het aantal verzonden cellen.

QoS
Het verschil in bandbreedte tussen LAN en WAN kan de prestaties van essentiele netwerktoepassingen als VoIP, gaming en VPN aanmerkelijk verlagen. Met deze QoS-functie kunt u het verkeer van toepassingen geheimverklaren en gebruik maken van een aantal gedifferentieerde diensten (Diffserv).